'Waar gaat de reis naartoe?’
Een lijzige stem stelt de vraag en ik kijk
waar die vandaan komt. Het komt van tussen twee lippen die zich verticaal op
een vreemd gezicht bevinden. De ogen staan er naast; onder elkaar geplaatst.
Een neus bevindt zich tussen de lippen en de ogen en staat als enige recht. Het
lijkt wel alsof de persoon die de vraag stelt regelrecht uit een schilderij van
Pablo Picasso is komen lopen.